Toelichting

17 mei
Gaila Pander over Nietsches “Also sprach Zarathustra”

In 1884 verscheen Also sprach Zarathustra, naar Nietzsches eigen zeggen zijn hoofdwerk. Het staat vol beelden en metaforen, parabels, het is archaïsch van toon en het lijkt over de wording van een wijsheidsleraar te gaan. Jarenlang zijn filosofen een beetje om dit hoofdwerk heengelopen. Het is alsof Nietzsche hier het terrein van begrippen en abstracties, het klassieke terrein van de filosofie, achter zich laat en terugvalt op mythen en verhalen, met de onhelderheid en de veelduidigheid die daarbij horen. Waarover precies het boek gaat is op het eerste gezicht raadselachtig. Nietzsche lijkt door de vorm die hij aan zijn hoofdwerk heeft gegeven, een stap terug naar een voor-filosofisch, mythisch discours te zetten. De vraag is daarom gerechtvaardigd of Also sprach Zarathustra op de keper beschouwd een filosofische tekst is. Hoe dat ook zij, we kunnen – gezien de enorme invloed van Nietzsches denken – om dit hoofdwerk niet heen. Waarom heeft Nietzsche het zo genoemd, en waarom typeerde hij het als een symfonie, een toren, een heilig boek en een vijfde evangelie? In de lezing zullen deze typeringen als sleutels dienen om deze filosofisch ongebruikelijke tekst te openen.

Dr Gaila G Pander is beeldhouwer en filosoof. Ze is de auteur van het boek Een  zuivere toon een beeldtaal van Nietzsche “Also sprach Zarathustra.   

20 september

Jan Flameling over
IK en de Natuur

In maart 2018 maakten we kennis met het antropoceen door een lezing van René ten Bos (Fil. des Vaderlands 2018).
Matthijs Schouten sprak bij ons in 2019 en vroeg ons: “Van wie is de natuur nu eigenlijk”. Ongemerkt leidde hij ons door de grondhoudingen van Zweers. En we leerden dat de deelnemers daar verschillend in stonden en dat het denken daarover is veranderd in de loop der tijd.
Later in dat jaar sprak Jan Flameling tot ons met de vraag: “Klimaat verandering – Wat te doen”. Hij bracht ons de aanwijzingen van Peter Sloterdijk, Timothy Morton en Thich Nhad Hanh onder ogen.

Nog steeds worden we bijna dagelijks geconfronteerd met de klimaatverandering, de druk op de natuur (ontbossing, overbeweiding, uitstoot van stikstof en andere kwalijke stoffen) etc. en treden actiegroepen (Wakkerdier) en zelfs politieke partijen (PvdD) op om aandacht te vragen voor de natuur en /of de dierenwereld.
Is het niet noodzakelijk ons denken over de natuur nog eens kritisch te beschouwen?

Vandaag komt Jan Flameling ons vertellen hoe het denken over de natuur door filosofen in de loop der eeuwen is veranderd.
We beginnen met kort stil te staan bij hoe Herakleitos in de Oudheid en Descartes, Spinoza en Nietzsche in de moderne tijd dachten over de relatie van de mens met de natuur.
Vervolgens maken we kennis met de opvattingen van drie ecologische denkers van onze tijd: Martin Heidegger, Timothy Morton en Bruno Latour. We krijgen zo (achtereenvolgens) te horen dat ons bestaan verbonden is met het bestaan van de bomen, de beken en de beesten, dat we de koe (ook) als een ver familielid of ‘naaste’ zouden kunnen beschouwen, dat wij samen met heel veel andere levende wezens aardbewoners zijn die in een kritieke zone leven. Vanzelfsprekend levert dat de vraag op wat deze andere manier van denken voor implicaties heeft voor ons ‘doen en laten’.

18 oltober

Jeroen Linsen over Jeroen LinssenIndividuele vrijheid en gemeenschappelijk geluk.

 

In de lezing wordt ingegaan op de thematiek van hoofdstuk 7 van het boek Het goede leven en de vrije markt van Ad Verbrugge e.a.. Daarin wordt de tegenstelling besproken tussen het liberalisme en het communitarisme. In het liberalisme wordt uitgegaan van het autonome individu. Verdelingsvraagstukken worden in feite overgelaten aan de markt en een gedeeld concept van het goede leven wijst men af. Er is sprake van een ‘dunne’ moraal, waardoor de vrijheid van het individu maximaal is. In het communitarisme wordt uitgegaan van de gemeenschap. Verdelingsvraagstukken worden eerst moreel en daarna politiek besloten. Steeds wordt gezocht naar een gedeeld concept van het goede leven. Er is sprake van een ‘dikke’ moraal. De vraag is: gaat dit laatste ten koste van de vrijheid van het individu, alsook ten koste van economische voorspoed (Mandeville, Smith)? Of moeten we erkennen dat de liberale visie op het individu onhoudbaar is en juist onrecht doet aan de ontwikkeling van de mens tot een vrij en autonoom wezen (Aristoteles, Hegel, MacIntyre). Of is er een synthese denkbaar (Hegel) tussen beide opvattingen, kortweg tussen individu en gemeenschap.

Dr. Jeroen Linssen is universitair hoofddocent praktische filosofie aan Radboud Universiteit Nijmegen. Recent publiceerde hij: Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid (2019, Vantilt).

 

 

15 november |

Arelis Heemstra over complot theorieën.