Toelichting

20 september                                                                               Slides Flameling

Jan Flameling over
IK en de Natuur

In maart 2018 maakten we kennis met het antropoceen door een lezing van René ten Bos (Fil. des Vaderlands 2018).
Matthijs Schouten sprak bij ons in 2019 en vroeg ons: “Van wie is de natuur nu eigenlijk”. Ongemerkt leidde hij ons door de grondhoudingen van Zweers. En we leerden dat de deelnemers daar verschillend in stonden en dat het denken daarover is veranderd in de loop der tijd.
Later in dat jaar sprak Jan Flameling tot ons met de vraag: “Klimaat verandering – Wat te doen”. Hij bracht ons de aanwijzingen van Peter Sloterdijk, Timothy Morton en Thich Nhad Hanh onder ogen.

Nog steeds worden we bijna dagelijks geconfronteerd met de klimaatverandering, de druk op de natuur (ontbossing, overbeweiding, uitstoot van stikstof en andere kwalijke stoffen) etc. en treden actiegroepen (Wakkerdier) en zelfs politieke partijen (PvdD) op om aandacht te vragen voor de natuur en /of de dierenwereld.
Is het niet noodzakelijk ons denken over de natuur nog eens kritisch te beschouwen?

Vandaag komt Jan Flameling ons vertellen hoe het denken over de natuur door filosofen in de loop der eeuwen is veranderd.
We beginnen met kort stil te staan bij hoe Herakleitos in de Oudheid en Descartes, Spinoza en Nietzsche in de moderne tijd dachten over de relatie van de mens met de natuur.
Vervolgens maken we kennis met de opvattingen van drie ecologische denkers van onze tijd: Martin Heidegger, Timothy Morton en Bruno Latour. We krijgen zo (achtereenvolgens) te horen dat ons bestaan verbonden is met het bestaan van de bomen, de beken en de beesten, dat we de koe (ook) als een ver familielid of ‘naaste’ zouden kunnen beschouwen, dat wij samen met heel veel andere levende wezens aardbewoners zijn die in een kritieke zone leven. Vanzelfsprekend levert dat de vraag op wat deze andere manier van denken voor implicaties heeft voor ons ‘doen en laten’.

18 oltober

Jeroen Linsen over Jeroen LinssenIndividuele vrijheid en gemeenschappelijk geluk.

 

In de lezing wordt ingegaan op de thematiek van hoofdstuk 7 van het boek Het goede leven en de vrije markt van Ad Verbrugge e.a.. Daarin wordt de tegenstelling besproken tussen het liberalisme en het communitarisme. In het liberalisme wordt uitgegaan van het autonome individu. Verdelingsvraagstukken worden in feite overgelaten aan de markt en een gedeeld concept van het goede leven wijst men af. Er is sprake van een ‘dunne’ moraal, waardoor de vrijheid van het individu maximaal is. In het communitarisme wordt uitgegaan van de gemeenschap. Verdelingsvraagstukken worden eerst moreel en daarna politiek besloten. Steeds wordt gezocht naar een gedeeld concept van het goede leven. Er is sprake van een ‘dikke’ moraal. De vraag is: gaat dit laatste ten koste van de vrijheid van het individu, alsook ten koste van economische voorspoed (Mandeville, Smith)? Of moeten we erkennen dat de liberale visie op het individu onhoudbaar is en juist onrecht doet aan de ontwikkeling van de mens tot een vrij en autonoom wezen (Aristoteles, Hegel, MacIntyre). Of is er een synthese denkbaar (Hegel) tussen beide opvattingen, kortweg tussen individu en gemeenschap.

Dr. Jeroen Linssen is universitair hoofddocent praktische filosofie aan Radboud Universiteit Nijmegen. Recent publiceerde hij: Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid (2019, Vantilt).

 

 

15 november

Corola Dahmen over Eco-feminisme.

De term ecofeminisme wordt voor het eerst gebruikt door Francoise D’ Eaubonne en in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw wordt de term steeds populairder in feministische protest- en actiegroepen die zich zorgen maken om het milieu. Een tijdlang is het wat stiller rond het ‘ecofeminisme’, maar de laatste jaren wordt deze term weer veel gebruikt. In het kritische denken van het ecofeminisme gaat het niet alleen om ‘vrouwen’ en ‘natuur’, maar het gaat om onderliggende principes van onrechtvaardige machtsstructuren. Zo gaat het ecofeminisme naast kritiek op het patriarchale denken vaak ook gepaard met een kritiek op het kapitalisme, kolonialisme en racisme.

Ook in de theologie is er een stroming ontstaan die zich ecofeministische theologie noemt. In Nederland was bijvoorbeeld Catharina Halkes een van de eerste feministische theologen die in het kielzog van het conciliair proces van de wereldraad van kerken (de bezinning op gerechtigheid, vrede en heelwoording van de schepping) in de discriminatie van vrouwen en de uitbuiting van de natuur dezelfde principes aan de kaak stelde.

In de protestante traditie van dit moment is de Amerikaanse Catherine Keller een van de toonaangevende theologen op het gebied van de eco-feministische theologie. In het verzet tegen een al te traditionele theologie, verbindt zij feministische theologie met proces filosofie in de voetstappen van Alfred North Whitehead en de post-moderne filosofie van Derrida en Deleuze. Ze ontwikkelt daarbij haar eigen theo-poëtische theologie om duidelijk te maken hoe bedreigd niet alleen het klimaat, maar ook de democratie is.

Carola Dahmen is als predikant verbonden aan de protestantse gemeente van Boornbergum-Kortehemmen en in de laatste fase van haar promotieonderzoek over ecofeministische en dialectische theologie. Ze gaat ons inwijden in het ecofeministische denken en ons vervolgens meenemen naar de diepte van Catherine Keller’s  theologie.